Opgesloten in formats en leerdoelen - Buitenpaden

Opgesloten in formats en leerdoelen

Dit artikel, Hoe verbondenheid met de natuur bij kan dragen aan verbindend kleuteronderwijs van, kwam ik gisteren tegen op LinkedIn en het triggerde me.

In dit artikel beschrijft Marieke van Ierschot, onderzoeker en docent (kleuter)pedagogiek hoe voorgeprogrammeerde didactische modellen en methodes in het kleuteronderwijs hun doel voorbij schieten.

Als leerkrachten zich strikt willen houden aan alle formats, gaat dit ten kosten van de echte verbinding met de kinderen, en de verbinding van de kinderen met de echte wereld, zo stelt zij.

Zij beschrijft hoe zij op stagebezoek gaat bij een aankomende leerkracht. ‘’Ik bewonder haar enthousiasme en gedrevenheid en ik zie dat zij hard haar best doet. Ze heeft de activiteiten gedegen voorbereid en gaat er waarschijnlijk vanuit dat het onderwijs wat zij laat zien ‘goed’ is. Ze heeft immers lesdoelen geformuleerd, de kinderen voeren de werkjes uit die zij heeft bedacht en ze krijgt de aandacht van de kinderen na een onrustig moment. Maar wat ga ik na mijn observatie tegen haar zeggen? Dat je door deze formele en gedigitaliseerde aanpak een onderwijssetting creëert waarin de werkelijke verbinding tussen de leerkracht en het kind ontbreekt?… Hoe kunnen leerkrachten in opleiding zien wat kinderen nodig hebben als zij niet geleerd hebben zich aan hen te verbinden? Als zij eigenlijk ook de verbinding met zichzelf zijn verloren?

Bij het lesbezoek hoort ze bijvoorbeeld een liedje over de herfst dat ‘hard en blikkerig’ uit de speakers van het digibord komt. En de juf in opleiding laat de kinderen een paddenstoel knutselen aan de hand van een werkblad. Terwijl diezelfde kleuters misschien nog nooit een paddenstoel in het echt hebben gezien.

Haar conclusie:

,,De rol van de leerkracht is namelijk niet het overbrengen van kennis, en in dit geval kennis over het herfstseizoen. De rol van de leerkracht is het telkens opnieuw in nabijheid van het kind voorwaarden scheppen en aanboden doen waardoor het kind zich op eigen kracht kan ontwikkelen. Zo kan het kind op zijn eigen, unieke wijze zichtbaar worden in en deelgenoot zijn van de wereld.’’

Door het artikel van Marieke van Ierschot, stond mijn geworstel van afgelopen herfst weer helemaal helder voor ogen. Ik heb dat geworstel nooit publiekelijk gedeeld, omdat ik me daar een beetje voor schaamde. ‘Als ervaren gastdocent hoor je niet te worstelen’, zo was mijn gedachte.

Door dit artikel, en de vele reacties erop, zie ik nu ineens dat ik niet de enige ben! Dat het dus een algemeen probleem is! Meer openheid is hierbij een eerste stap, denk ik. En daarom deel ik hier, met enige schroom, ook mijn verhaal.

Voor stichting Ecokids heb ik afgelopen herfst  21 herfstwandelingen voor kleuterklassen in Amsterdam gedaan.

Hoewel ik met de kinderen naar buiten ging, naar de echte wereld, en ze meestal ook echte paddenstoelen hebben gezien, was ik in dezelfde ‘val’ gelopen van vaste methodes en formats.

Ik had me goed op de herfstwandeling voorbereid, en het format en de doelen goed in mijn hoofd geprent. Bijvoorbeeld ‘de leerlingen weten dat planten en dieren veranderen met de seizoenen’(Thule -40-3);  ‘de leerlingen kunnen drie kenmerken van de herfst/winter benoemen die ze tijdens de wandeling tegenkomen door goed te kijken, voelen en ruiken.’

Ik begon in de klas, waarbij ik ‘kennis ophaalde’ (zoals dat ik vakjargon heet) over wat ze al weten van de herfst. Ik manipuleerde hun vragen en antwoorden in de richting van de te behalen doelen (bijvoorbeeld dat in de herfst de bladeren van de bomen verkleuren en afvallen).
Dan hadden we dat al gehad. Ik had ook allerlei knuffeldieren bij me (o.a. een egel, eekhoorn, kikker en ooievaar) aan de hand waarvan ik vertelde hoe ze de winter doorkwamen (want dat was ook een leerdoel).

Meestal stond de klas ook vol met hetzelfde type knuffeldieren, terwijl ze die misschien nog nooit in het echt hebben gezien.

Daarna gingen de kinderen meestal hun jas aandoen (als ze die nog niet aanhadden), moesten er nog wat kinderen plassen en konden we op stap.

Dat duurde meestal wat langer dan van te voren bedacht, maar we moesten wel weer op tijd terug zijn, dus dan maar wat korter naar buiten.

Buiten gekomen, werden de meeste kinderen dolenthousiast en gingen op hun eigen manier en tempo de herfstwereld ontdekken. Ik ging met hun enthousiasme mee en ontspande een beetje.

Maar ja, dat was niet de bedoeling vond ik, want ik had nog niet alle doelen ‘afgevinkt’ en bovendien verwachtten de leerkrachten (zo was me uit enkele minder positieve evaluaties ondertussen gebleken) dat je de groep af en toe bij elkaar riep voor een centrale ‘instructie’. De leerkrachten wilden graag dat je de kinderen duidelijke ‘opdrachten’ mee gaf, en dat ze niet zomaar wat aanklooiden.

Ik merkte dat ik steeds onzekerder over hoe ik deze les nu moest doen, en in deze onzekere toestand kreeg ik ook er ook nog eens een lesobservatie van het Anmec bij (als Ecokids-docenten krijgen we minimaal eens per jaar een lesobservatie om de kwaliteit te verbeteren en te waarborgen).

Zij zag (net als ik), dat ik te weinig verbinding had met de klas, en dat de kinderen daardoor de uitleg of instructie niet altijd hoorden. Ze vond ook dat ik meer mocht uitstralen dat ik het leuk vond wat ik deed.

En toen ze die laatste woorden uitsprak, kreeg ik een brok in mijn keel. Ik realiseerde dat ik het helemaal niet zo leuk meer vond, dat ik aan het verkrampen was, dat ik de verbinding met de kinderen en de natuur, die ik zo belangrijk vind, was kwijtgeraakt.

Ik werd overspoeld door een golf van verdriet. Maar hier deed ik het toch allemaal voor, voor die verbinding?

Na afloop zat ik nog een tijdje op een bankje in het Rembrandtpark. De zon scheen warm om mijn gezicht, gele bladeren dwarrelden in de zon (o, ja, ze waren ook nog bezig om het woord ‘dwarrelen’ te leren). Tranen stroomden over mijn wangen.

Ik nam me voor om bij de volgende herfstwandeling de verbinding met de kinderen en de natuur centraal te zetten. Alle formats en checklijstjes even overboord. Zodat ik weer plezier kreeg in wat ik deed.

Gelukkig had ik nog een paar herfstwandelingen voor de boeg. Ik skipte de les-achtige introductie in de klas grotendeels, zodat we lekker lang naar buiten konden.

We gingen gewoon lekker samen ontdekken en genieten van wat we tegen kwamen. We lieten ons verrassen en verwonderen. Ik huppelde met de kinderen mee terug naar school. Wat een verschil!

Een dag later kwam via een collega-gastdocent een enthousiaste reactie: ‘De juf vond de herfstwandeling gisteren heel leuk’.

MEER LEZEN?

Artikel van Marieke van Ierschot: Hoe verbondenheid met de natuur bij kan dragen aan verbindend kleuteronderwijs

Blog: Natuurles is eigenlijk levensles

Blog: Genieten van de herfst

Blog: Natuur, bijzaak of hoofdzaak?

Aanbod: gastlessen

INTERESSANT?

Schrijf je hier in om telkens (maximaal eens in de twee weken) een mailtje te ontvangen als ik een nieuw bericht heb geplaatst.

En deel dit bericht gerust! Dit kan makkelijk met de knoppen hieronder.

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments
Truus
Truus
4 maanden geleden

Lieve Laurien, Wat een bevrijdend verhaal. Wat heerlijk dat je nu uit de kast bent gekomen. Ik wens nog heel veel lesplezier in winter, lente, zomer en herfst. Met het accent op plezier en op het ervaren, het zijn in de natuur en dan doen wat je impuls je ingeeft. Kind met de kinderen. Niks geen doelstellingen, maar w a a r d e n. Ik smul ervan. Ik heb ooit een training voor trainers gevolgd, bestemd voor vrouwen die in moeilijke omstandigheden moesten zien te overleven. De training was niet gericht op het bijbrengen van sociale vaardigheden (zoals omgaan… Lees verder »