Tot aan de zomervakantie geef ik in Amsterdam Zuidoost op vrijdag een uurtje natuurles aan twee groepen vijf. Ik ben nu twee keer geweest. Superleuk om te doen! We zijn zoveel mogelijk buiten en ontdekken daar de natuur van de omliggende parken en de buurt-vlindertuin. De eerste keer hebben we bloemen onderzocht: hoe zitten ze in elkaar en welke vormen zijn er allemaal? De tweede keer stond in het teken van bijen. We deden een stuifmeel-race; een estafette waar kinderen twee aan twee met een emmertje tussen hun in moesten rennen als metselbijen om stuifmeelkorrels in de bloemen te gaan halen. Nadat ik het 3x had uitgelegd, deden ze hier uiteindelijk enthousiast aan mee!

En toen we aankwamen gingen de meeste meiden hysterisch gillen als ze meenden een geel met zwart gestreept insect gespot te hebben. Maar aan het eind van de les hadden meerdere kinderen een bij, hommel of ander insect in een loeppotje gevangen en keek er bewonderend naar. En ik keek weer bewonderend naar hén!

Ze weten nog niet veel van de natuur, beginnen soms met een wat vijandige houding, maar zijn supergeïnteresseerd en zuigen alles als een spons op.

Het doet me daarom pijn wat de leerkracht zei toen ik vroeg waar ze nu op school qua natuur of natuniek mee bezig zijn. ‘Door de lockdown hebben we achterstanden en richten we ons op de kernvakken. We hebben tot aan de zomervakantie geen natuurlessen meer’.  Ze was daarom blij dat ik op vrijdagmiddag mag komen om een uurtje natuurles te geven.

Tja, en daar ben ik natuurlijk ook blij mee, maar ik vind het wel jammer dat er naar natuur als ‘randzaak’ wordt gekeken. Een extraatje op de vrijdagmiddag wanneer ze toch al niet te veel concentratie hebben. Als je maar kan lezen, schrijven en rekenen, dan komt het wel goed met je, zo wordt gedacht. Terwijl de natuur toch een essentieel onderdeel van ons leven is. We zijn immers natuur!

Wat leer je eigenlijk wel op school? Dat begin ik me de laatste tijd steeds meer af te vragen, nu mijn twee kinderen net hun eindexamen hebben gedaan. Als straks de positieve uitslag er hopelijk is, gaat alles opgelucht met een grote boog de papierbak in (of terug naar school) en zo proberen alles zo snel mogeljik te vergeten. Klaar om nooit meer aangeraakt of opgerakeld te worden……

Ik had laatst een interessant gesprek met mijn zoon van 19, wat je nou ‘over het leven’ op school leert. Dingen als: wat kan je, wat wil je, wie ben je eigenlijk? Hoe overwin je je eigen blokkades? Hoe werk je met anderen samen? Hoe zorg je dat je niet wordt afgeleid door alle digitale prikkels om je heen?

Weinig, zo blijkt.

Dus  als het er op aankomt, leer je weinig over ‘het leven’, inclusief de natuur op school.

Mijn zoon vindt dat dit de taak is van de ouders, en niet van school. Ik denk dat veel leerkrachten en schoolbesturen er ook zo over denken. Ze krijgen al genoeg extra taken op hun nek, de werkdruk is al enorm hoog, dan kunnen ze niet ook nog de leerlingen leren ‘over het leven’.

Ja, je hebt wel gevleugelde termen als 21-eeuwse vaardigheden, zoals zelfregulering, kritisch denken, creatief denken, probleem oplossen, omgaan met informatie, mediawijsheid, communiceren en samenwerken. Dat staat interessant op studiedagen en in nieuwsbrieven, maar in de dagelijkse praktijk is er dus maar bar weinig ruimte voor.

Gelukkig wordt er, ergens ver weg achter de schermen, wel gewerkt aan verandering van het onderwijs. Herziening van het curriculum heet dat (zie hier). Twee jaar geleden heb ik daar,. namens vereniging van Milieuspecialisten VVM, over mogen meepraten en denken, voor het onderdeel mens en natuur. Het idee dat alles met alles samenhangt (holistische visie), was daarin een belangrijk uitgangspunt.

Op basis van wat toen is opgeleverd, met daarover heen een advies van een wetenschappelijke commissie, wordt dit nu vertaald naar kerndoelen en eindtermen. Ik vrees dat het allemaal nog heel lang gaat duren, want ik kan nergens een concrete planning vinden. Gelukkig zie ik wel op deze website dat er komend schooljaar (21/22) en die erna, al pilots met de nieuwe kerndoelen zullen zijn.

Wat mij betreft mag het liever vandaag dan morgen zijn, maar ik weet ook wel dat dit niet realistisch is. Daarom probeer ik maar ik mijn dagelijkse contacten met kinderen ze zoveel mogelijk gaandeweg over natuur en het leven leren. ‘Non-formeel’-leren heet dat officieel, daar kwam ik twee weken geleden op een online bijeenkomst ter ere van de Groene Kinderopvang achter. Ik noemde het altijd ‘stiekem leren’,  maar ‘non-formeel’ klinkt toch een stuk interessanter.

Een ander inzicht dat ik tijdens die bijeenkomst heb opgedaan, is dat het gaat om het proces: om met de natuur bezig te zijn, en tijdens dat bezig zijn ervan te leren. Dus als je bijvoorbeeld met kinderen verf wil maken van paardenbloemen, en de kinderen gooien er ook kleefkruid bij (zoals bij mij gebeurde), dan is dat helemaal niet erg. De verf is dan niet ‘mislukt’, maar de kinderen hebben geleerd dat het nu een andere kleur wordt.

Dus ‘stiekem’ of ‘non-formeel’-leren en focus op het proces, dat blijf ik gewoon lekker doen. En hopelijk jij ook!