De laatste dagen valt het me steeds meer op. Helemaal nu door de hogere temperaturen de armen en soms zelfs de benen ontbloot worden.

Ze zijn niet meer te missen: de insectentattoos van Albert Heijn.

Het leuke vind ik, dat kinderen niet alleen met leuke vlindertjes lopen, maar ook met duizendpoten, pissebedden, bladluizen en sprinkhanen. Toch de wat minder aaibare categorie.

Mijn eerste insectentattoo was die van een pissebed. Die valt trouwens in de categorie ‘nep-insect ‘. Wat ik wel een leuke benaming vind. Hier was ik heel blij mee. Want de pissenbed is één van mijn favoriete dieren.

Waar je ook buitenactiviteiten doet, pissebedden zijn er altijd wel te vinden. En ze zijn interessant!

Bijvoorbeeld dat ze eigenlijk kreeftjes zijn die het droge land hebben opgezocht. Of hoe pissebedmoeders net als een kangoeroe hun jonkies in een buidel hebben.

En dat ze nogal kippig zijn, en alleen het verschil tussen licht en donker zien. En ja, dat ze eetbaar zijn (maar dat heb ik nog nooit geprobeerd. Er was eens een meisje op een feestje die ze rauw in haar mond stak).

Hier en nu

Het leuke van de insectenactie vind ik vooral dat het om beesten gaat die we hier en nu in ons eigen land, stad en tuin kunnen tegen komen.  Waar Freek Vonk altijd pronkte met exotische slangen en dodelijke haaien, laat hij ons nu ook zien wat er hier bij ons rondloopt. Wat minstens zo interessant is.

En onze grootgrutter heeft natuurlijk een enorm bereik; volgens de laatste berichten zijn er inmiddels al 40 miljoen plaatjes en tatoos uitgedeeld (zie o.a. dit krantenbericht).

Er is ook een bijbehorende App gemaakt bij de spaaractie, met nog meer info en leuke ‘gadgets’. Ik hoop echt van harte dat dit helpt om volwassenen en kinderen meer liefde voor insecten bij te brengen. En dat ze ook (nu en later) keuzes gaan maken die goed zijn voor insecten.

Ook dat gaat volgens mij de goede kant op. Vorig jaar al, toen ik voor de gemeente Lansingerland de bermen aan het inventariseren was, werd ik (door mijn oranje hesje van de gemeente) veel aangesproken en merkte ik dat veel mensen zich zorgen maken over de teruggang van de insecten.

Het is daarom goed dat de gemeente Lansingerland en vele andere gemeenten, plannen maken (of al uitgevoerd hebben) om van hun bermen betere leefgebieden voor insecten te maken.  Een ander leuk initiatief is die van Honey Highway. Bermen van rijkswegen, provinciale wegen, spoorrails en dijken  worden ingezaaid met meerjarig streekeigen wilde bloemenzaden.

Mensen wijzen niet alleen naar gemeenten,  maar lijken ook echt zelf wat te willen doen. Dit zou kunnen blijken uit het feit dat de verkoop van struiken, bomen en planten het afgelopen jaar enorm is gestegen (bron: NOS) . Dit zou o.a. komen door de actie van Intratuin ‘Tegel eruit, plant erin’  in maart. Consumenten leverden 500.000 tegels in. Vijf jaar geleden werden met een zelfde campagne maar 30 tegels aangeboden. Ook diverse gemeentes, al dan niet onder de vlag van Operatie Steenbreek hielden soortgelijke acties.

De in het artikel geïnterviewde vertegenwoordiger van de tuinbranche denkt dat het deels te maken heeft met de aandacht voor klimaatverandering.  Meer groen zorgt voor verkoeling bij hitte en betere afvoer van water bij hoosbuien.

En dan hebben we tenslotte nog het Deltaplan voor biodiversiteit, een samenwerking van kennisinstituten, landbouwvertegenwoordigers, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties en de Rabobank. Deze organisaties willen door samenwerking de biodiversiteit in Nederland verhogen.

Kritiek

Je kan kritiek hebben op dit plan, dat het niet ver genoeg gaat.  Dat boerenorganisaties en/of Rabobank boter op hun hoofd hebben omdat zij er juist voor hebben gezorgd dat de boerenakkers in een ‘groen woestijnlandschap’ zijn veranderd, waarin alleen de productie geldt.

Je kan ook kritiek hebben op de tuincentra, die ook nog allerlei planten en bomen verkopen die helemaal niet interessant zijn voor insecten. En niet te spreken over de bestrijdingsmiddelen die daar in de schappen staan.

En je kan ook kritisch zijn over Albert Heijn: dat die insectenplaatjes puur eigenbelang zijn om meer klanten te trekken en hun imago op te poetsen; dat ze beter eerst kunnen zorgen dat hun leveranciers van groente en fruit de gifspuit laten staan.

Toch denk ik dat het juist goed is als zulke grote, commerciële partijen zich om insecten gaan bekommeren (al dan niet uit eigenbelang). Omdat zo veel meer mensen bereikt worden. Een bereik waarin we met onze eigen educatie alleen maar kunnen dromen.

Is het een idee om in de natuur- en duurzaamheidseducatie verbinding te zoeken met deze initiatieven, of ben ik dan aan het vloeken in de kerk?

INTERESSANT?

Schrijf je dan hier in. Dan krijg je (maximaal één keer per 2 weken) mijn blog of vlog als eerste rechtsstreeks in je mailbox. Wel zo makkelijk!

En deel vooral dit bericht via je eigen Social Media. Dat kan gemakkelijk met de deelknoppen hieronder!