Ik vind het belangrijk om iedere dag te leren, bijvoorbeeld hoe ik mijn educatie en communicatie beter kan maken. Daarom was ik vorige week in Brussel, op de Beneluxconferentie van mensen uit België, Nederland en Luxemburg, die met milieu- en natuureducatie bezig zijn.

Voorafgaand aan de conferentie was er nog een voorprogramma,, waarbij de laatste stand werd geschetst over het onderzoek naar natuur- en milieueducatie.

Arjan Wals, hoogleraar Transformatief Leren aan de Wageningen Universiteit  begon met de oproep dat wetenschappers wel wat praktischer mochten zijn, en dat de praktijk meer zelfreflectie mocht hebben.

Het rondje langs de wetenschap, dat die dag volgde, was inderdaad nogal abstract, maar vaak wel boeiend. Ik vond met name een workshop, waarin Jelle Boeve – De Pauw van de Universiteit van Antwerpen, vertelde over een onderzoek naar het effect van Ecoschools in Vlaanderen , erg interessant.

Ecoschools Vlaanderen

Ecoschools is een internationaal keurmerk voor duurzame scholen. Bij deze scholen wordt o.a. duurzaamheid verankerd in het lesprogramma en wordt het gebouw en de omgeving als lesmateriaal gebruikt.

Ecoschools is een wereldwijde organisatie in 50 landen, en bereikt op dit moment 900,000 leerlingen. In Vlaanderen doet 80% van de basisscholen mee en 50% van het voortgezet onderwijs (NB situatie in Nederland  is geheel anders: daar doen slechts 55 van de ongeveer 7000 basisscholen mee en daarnaast 94 scholen in het voorgezet onderwijs, mbo, hbo en universiteit, noot LvdV).

In het onderzoek is gekeken of leerlingen én leerkrachten op ecoschools meer wisten over natuur en duurzaamheid, en of ze ook een andere houding en motivatie hadden dan vergelijkbare leerlingen en leerkrachten. Er is ook gekeken hoe lang het effect blijft hangen, leerlingen die 5 jaar geleden op een Ecoschool zaten zijn ook geïnterviewd.

Om sociaal-wenselijke antwoorden te voorkomen is bij de interviews niet rechtstreeks verwezen naar het Ecoschools-programma.

Kennis leerlingen en leerkrachten stijgt

De kennis van leerlingen én leerkrachten over natuur en duurzaamheid stijgt. Hierbij gaat het vooral om theoretische kennis. De praktisch toepasbare kennis steeg minder hard. Dit is jammer, omdat uit ander onderzoek blijkt dat vooral door praktische kennis mensen eerder bereid zijn om maatregelen te nemen.

Intrinsieke motivatie stijgt niet

Teleurstellend vond ik om te horen dat het Ecoschoolsprogramma de intrinsieke motivatie van leerlingen en leerkrachten niet had vergroot. Ze waren uit zich zelf niet meer bereid om zich in te spannen voor een duurzame wereld dan leerlingen en collega’s van andere scholen.

Wel bleek de a-motivatie te verminderen, wat een verbetering is. Leerlingen en leerkrachten op Ecoschools hadden minder het apatische gevoel van: ‘wat kan ik er nou aan doen, dat maakt toch niks uit’. Als er regels of verplichtingen vanwege het milieu of duurzaamheid zijn, dan houden Ecoschools-leerlingen en leerkrachten zich er eerder aan. Maar de motivatie moet wel van buiten komen, uit zichzelf doen ze het niet.

Een lichtpuntje was wel dat de effecten ook nog meetbaar waren bij leerlingen die 5 jaar geleden op een Ecoschool zaten. De effecten blijven blijkbaar wel lang hangen. De effecten waren trouwens groter bij het voorgezet onderwijs dan bij het basisonderwijs.

Overigens is het Ecoschoolsprogramma recent, mede naar aanleiding van het onderzoek, aangepast zodat er meer interactie is met de leerlingen en zij zelf meer aan de slag moeten. Verwacht wordt dat hierdoor de motivatie van binnenuit wél kan worden verbeterd.

Een knelpunt bij Ecoschools blijft wel dat het vaak gaat om één bevlogen docent die de activiteiten trekt, terwijl het juist een team moet zijn om de hele school ervan doordrongen te laten worden.

Leerpunten die ik hieruit haal:

  • Educatie in het voortgezet onderwijs lijkt meer effect te hebben dan in het basisonderwijs. Moeten we ons niet meer op het voortgezet onderwijs richten, hoe lastig dat soms ook is?
  • Betrek alle (of in elk geval meer) leerkrachten bij lessen en activiteiten over duurzaamheid.
  • Daag de leerlingen uit de kennis toe te passen in hun dagelijks leven en help hen daarbij.  Ga interactie met leerlingen aan om kennis toepasbaar te maken.
  • Sluit aan op de belevingswereld van de leerlingen (ik vind dat er nog te vaak ‘volwassen problemen’ over de kinderen worden uitgestort, waar ze niet zo veel aan kunnen doen).
  • Uit ander onderzoek (dat in het Ecoschoolsonderzoek werd genoemd) blijkt dat als de leerlingen een actievere bijdrage hebben aan de lessen dit meer effect heeft op houding en gedrag. Dus bijvoorbeeld een debat, experimenten, excursies.
  • Uit ander onderzoek (dat in het Ecoschoolsonderzoek werd genoemd) blijkt dat ervaringen in en met natuur belangrijk zijn als je houding en gedrag wil veranderen.

Lees hier het artikel over De Ecoschools in het Journal Environmental Education Research 

Lees ook over deze Beneluxconferentie

Herbezinning op educatie

Van educatie naar participatie

Groene tentakels van natuur naar stad