In elk geval in de drie Beneluxlanden, is er een verschuiving gaande van educatie naar participatie. In het voorprogramma en in de daadwerkelijke conferentie, was dit een steeds terugkerend thema. Arjen Wals (hoogleraar Transformatief Leren bij de WUR): de problemen waar we voor staan worden steeds complexer, er is geen kant- en klare oplossing.

Het lastige bij participatie is, volgens Wals, dat er geen duidelijk en meetbaar einddoel is. Het is dus niet makkelijk te plannen, het gaat meer om het proces, om de interactie met meerdere belanghebbenden.

Filosoof en socioloog Eric Corijn, benadrukte dat met participatie meerdere problemen tegelijk kunnen worden aangepakt: milieuproblemen, sociale ongelijkheid en spanning tussen verschillende culturen en groepen. Bovendien krijgen steden meer macht. Op de schaal van een stad komen sommige dingen wel van de grond die landelijk niet lukken. In Amerika overrulen de steden volgens hem al steeds meer het land

Lucie Sauvé hoogleraar Didactiek aan de universiteit van Québec, aanwezig via een Skype-verbinding om de CO2-voetafdruk te beperken, ziet dat mensen steeds meer in opstand komen tegen politieke traagheid. Er worden op allerlei plekken klimaatmarsen georganiseerd.

,,We moeten de politiek demystificeren, gewoon samen problemen oplossen. Met gezamenlijke intelligentie en creativiteit.’’

Aandachtspunten die ik uit deze lezing heb gehaald:

  • Participatie komt in allerlei vormen en maten voor. Het is elke keer weer anders. Er is geen standaardrecept.
  • Een groep van 6-8 personen is optimaal voor het proces van participatie.
  • Het liefst heb je een ‘change-agent’ bij de groep. Dat is iemand die kan en mag denken buiten de structuren (bijv. een zzp’er) en verbindingen kan leggen en de groep kan voortstuwen.
  • Het proces van participatie bestaat uit hoogte- en dieptepunten.
  • Participatie is een proces van lange adem.
  • Bij participatie zijn (of worden) de burgers de deskundigen.
  • Bij participatie gaat het vooral om leren buiten het onderwijs, leren van elkaar.
  • Als mensen voelen dat ze weer grip hebben op de situatie, blijven ze betrokken.
  • Het is belangrijk om op een niet-agressieve manier te communiceren, alleen dan kan er begrip voor elkaars standpunten en denkwijzen ontstaan.
  • De samenwerking moet op zich zelf al plezierig zijn, om een tegenwicht te geven aan de spanningen die er ook zijn. En de resultaten laten lang op zich wachten.
  • Hoe kleiner een gebied, des te beter werkt participatie.
  • Als je participatie wil organiseren, ga dan naar de mensen toe (in plaats van dat je ze naar jou toe laat komen)

Lees ook over deze Beneluxconferentie:

Wat is het effect van onze educatie?

Herbezinning op educatie 

Groene tentakels van natuur naar stad