’Met feiten schep je geen band. Het gaat erom dat je mensen uitdaagt, dat je ze prikkelt om ergens over na te denken.’’

Dat was de boodschap van Roos van Doorn, docent Communicatie en Natuurbeleving bij de opleiding Bos- en Natuurbeheer van hogeschool Van Hall Larenstein in een interessante workshop tijdens het symposium Samen voor Natuur: effectieve natuurmarketing, donderdag 16 november.

Je kan de natuur alleen ‘verkopen’ als mensen er een band mee krijgen, leerden we. We kregen handige aanwijzingen hoe je je natuurboodschap zo vertelt, dat het aanslaat. In dit blog deel ik de belangrijkste inzichten.

Nou-en-check

Om je boodschap over te laten komen, is het belangrijk dat mensen zich kunnen inleven in het verhaal, of kunnen relateren aan de boodschap, vertelde Van Doorn.  Zij vatte dat samen in de nou-en-check:

  • ·        Wat heeft het me mij te maken?
  • ·        Waarom zou mij dit wat moeten uitmaken?
  • ·        Word ik er beter van?
  • ·        Hoe gaat dit mijn leven leuker maken?
  • ·        Of: wat zou mijn rol of mijn lot in dit verhaal zijn geweest?

Het is dus belangrijk om je verhaal zo persoonlijk mogelijk neer te zetten. Op veel informatieborden begint de tekst met een algemene inleiding, terwijl de lezer juist wil lezen wat hij op dit moment voor zijn neus ziet. Dus draai de volgorde om, aldus Van Doorn. Van specifiek naar algemeen.

Vermijd ‘wist-je-dat…..’

Je wil mensen prikkelen om ergens over na te denken. Dat doe je niet met teksten ‘wist je dat…’, legde de docent uit. Want daar kunnen mensen niet over nadenken. Het is ook een beetje neerbuigend, want je zegt in feite: nee, dat wist je niet (jij dommert…..).

Je kan wel vragen stellen, maar kies dan vragen die niet goed of fout zijn, maar die tot nadenken prikkelen.

En het is helemaal mooi als mensen nog iets zelf kunnen doen of zelf kunnen ontdekken. Spoor mensen bijvoorbeeld aan om een blaadje fijn te wrijven en de geur op te snuiven, zonder verder iets te verklappen. ,Je wil mensen uitnodigen tot beleven, maar niet voorschrijven wát ze moeten beleven en zien.’’

Het werkt ook heel goed om het verhaal te vertellen vanuit een persoonlijk perspectief. Dus bijvoorbeeld vanuit een boom, dier, of historisch figuur. Gebruik daarbij liefst de ‘ik-vorm’.

Toch wordt deze invalshoek niet altijd gewaardeerd, bleek tijdens de discussie. Eén van de aanwezigen vertelde dat in haar natuurorganisatie het te kinderachtig werd gevonden om een verhaal vanuit een boom te vertellen.

Balanceren op een dunne lijn

Het is een dunne lijn, waarop je balanceert, lichtte Roos van Doorn toe. Het moet niet te kinderachtig worden, en ook zijn veel natuurmensen die tegen et personificeren van planten en dieren: het zijn immers geen mensen en daarmee kan je het niet vergelijken.

Dat de praktijk nog niet zo makkelijk is, bleek toen we zelf aan de slag gingen. De opdracht was om in ongeveer een kwartier tijd tekst voor een bord over een hessenweg te schrijven, aan de hand van een uitdraai van wikipedia.

Het was leuk om te zien met hoe veel verschillende ‘borden’ de groep aan kwam. Van toch nog veel feiten, tot een spannend verhaal vanuit de struikrovers verteld.

Ik was best trots dat mijn ‘bord’ een score van 6 hartjes kreeg, één van de hoogste scores. Maar ik zie dat er nog een hoop te leren en te verbeteren valt. Van Doorn gaf ook tips voor meer informatie. Daar ga ik me zeker in verdiepen. Wordt vervolgd!