Afgelopen week was ik op de Hoge Veluwe. De toegang à  9,95 euro per persoon gaf  enig gemopper bij mijn partner. Ik probeerde hem van de hoge prijs te overtuigen door een economisch verhaal: zo’n groot aaneengesloten natuurpark is uniek en schaars, dus dan mag je er best voor betalen.

Maar ondertussen sloeg bij mij ook de twijfel toe. De dag ervoor liepen we buiten het park, over de Ginkelse Heide, en zagen we een soortgelijk landschap  en zelfs een ree. Op de Hoge Veluwe hebben we helaas geen wild gezien.

Waarom betalen we zoveel voor de Hoge Veluwe en voor de Ginkelse Hei niets? En is het eigenlijk niet gek dat we vinden dat natuur ‘gratis’ zou moeten zijn? Maakt dat niet dat we dan minder waarde aan natuur hechten, dan dat we er voor zouden moeten betalen?

Hoge Veluwe uitzondering

Eenmaal thuis ging ik op onderzoek uit. Dan blijkt dat de Hoge Veluwe wel een grote uitzondering is met de hoge entree. Maar ook in veel andere natuurgebieden moet je entree betalen, met name in duingebieden. Daar gaat het meestal om één tot twee euro.

Daarnaast zijn er behoorlijk wat gebieden waar je moet betalen om te mogen mountainbiken of paardrijden. Dit is meestal met jaarlijkse vignetten geregeld. Betaald parkeren bij natuurgebieden is vaak ook een inkomstenbron voor de beheerder.

En er komen steeds meer evenementen in natuurgebieden, zoals sportevenementen, concerten en landgoedfairs, waarvoor betaald moet worden.

Geen nieuw idee

Het idee om toegang voor natuurgebieden te vragen, komt om de zoveel tijd weer boven, zoals bijvoorbeeld te zien in een aflevering van Van Kooten en De Bie uit 1994.

Volgens de Federatie Particulier Grondbezit kan je met toegangsgeld een deel van het natuurbeheer betalen, zo valt te lezen in het lijvige dossier ‘Verdienmodellen’. Bij het onderdeel. ‘entreekaartjes’ wordt (natuurlijk) weer de Hoge Veluwe genoemd. Dit park haalt er 70 procent van de inkomsten uit.

Ter vergelijking heb ik wat cijfers over het waterbedrijf PWN uitgezocht (beheert duingebieden in Noord-Holland): PWN heeft (deels) betaalde toegang en betaald parkeren. Het Waterbedrijf heeft hier flinke investeringen voor gedaan in o.a. lagbomen, automaten, en bewakingscamera’s.

In 2016 leverde betaald parkeren ruim een half miljoen euro op (na aftrek van kosten;  rapport: voorbeelden van verdienmodellen oor Nationale Parken). De kosten voor natuurbeheer en recreatievoorzieningen (buiten het waterwingebied) zijn ruim 3 miljoen euro (jaarverslag PWN over 2016), zodat ongeveer een zesde van de kosten door de parkeerkosten is gedekt. Dit is geflatteerd, want exclusief personeelskosten en inclusief BTW.

Weerstand

Het idee om toegang te gaan heffen op natuurgebieden veroorzaakt meestal veel weerstand onder bezoekers. Afgelopen zomer was er even onrust over een plan van het Nationaal Park De Biesbosch. Hoewel het vooralsnog alleen ging om een systeem waarbij mountainbikers en kanoër moesten betalen, was er veel ophef over het plan.

Dat burgers niet zijn geneigd om bij te dragen aan natuurbeheer, bleek ook uit een onderzoek van Staatsbosbeheer in het Haagse Bos.  Zeker niet als de reden is dat de overheid op natuur bezuinigd. In dat geval zijn mensen minder bereid om te betalen.  Opvallend was dat dit effect veel sterker was bij de trouwe bezoekers.

Maar ook als je iets bijzonders weet te bieden, is het niet altijd gezegd dat mensen daar extra diep voor in de buidel willen tasten. Op het Veluwse landgoed Schovenhorst werd een 40 meter hoge Bostoren gebouwd, die volgens adviseurs geld in het laatje zou gaan brengen. Er was gerekend op 50.000 bezoekers per jaar die 7,50 euro zouden neertellen voor een klim op de toren. Er kwamen er maar 7000, zelfs nadat de entreeprijs naar 4 euro was verlaagd (bron: Dossier verdienmodellen/groene recreatie)

Minder bezoekers?

In sommige gebieden dienen de entreekaartjes om het aantal bezoekers te begrenzen. Dan zijn per jaar een beperkt aantal kaarten beschikbaar.

Maar ook zonder zo’n beperking lijkt er van betaling een werende werking uit te gaan.  Afgelopen zondag wandelde ik bij Egmond en Bergen, en ik het niet-betaalde duin was het een stuk drukker dan in het deel waar je moest betalen.

Mijn indruk wordt bevestigd door cijfers over het  Toerisme op de Veluwe.  Het Nationaal Park Veluwezoom, dat ongeveer net zo groot is als de Hoge Veluwe, trok in 2016 bijna anderhalf miljoen bezoekers, de Hoge Veluwe zelf een kleine 600.000.

Kortom, de Hoge Veluwe lijkt toch de uitzondering op de regel. Eigenlijk is het best bijzonder dat er jaarlijks toch nog zoveel mensen op af komen  (hoewel het er misschien wel drie keer zo veel zouden zijn als het gratis was).

Wat heeft de Hoge Veluwe dat andere natuurgebieden niet heeft? Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Op natuurgebied verschilt het niet zo veel.Misschien zijn het de gratis witte fietsen. Vergeleken bij de huur van een fiets is 9,95 euro dan schappelijk.  En als je geen fiets neemt, zoals wij, dan is dat je eigen keuze.

Of misschien heeft het ermee te maken dat de Hoge Veluwe al sinds mensenheugenis entree vraagt.?

Of dat  de Hoge Veluwe meer als een dagje uit wordt gezien dan een wandeling of fietstocht in de natuur? Voor een dierentuin of pretpark betaal je meer!

Ik denk niet dat de mensen vinden dat natuur waardeloos is, omdat we vinden dat het gratis zou moeten zijn. Natuur wordt gezien als een collectief iets. En daar ben ik het mee eens. Natuur zou beschikbaar en bereikbaar moeten zijn voor iedereen.

En met een hoge entree leg je toch beperkingen op. Dus het lijkt me niet goed als meer parken het voorbeeld van de Hoge Veluwe gaan volgen.

Dus na mijn zoektocht trek ik toch de conclusie: Ja, natuur moet gratis zijn.

INTERESSANT?

Schrijf je dan hier in. Dan krijg je (maximaal één keer per week) mijn blog of vlog als eerste rechtsstreeks in je mailbox. Wel zo makkelijk!

En deel vooral dit bericht via je eigen Social Media. Dat kan gemakkelijk met de deelknoppen hieronder!