De lol van nieuwe dingen leren - Buitenpaden

De lol van nieuwe dingen leren

Ik vind het altijd leuk om nieuwe onderwerpen voor mijn lessen uit te proberen en nieuwe activiteiten uit te testen.

Ik leer daar altijd heel veel van; niet alleen door het uitzoeken vooraf, maar vooral ook hoe de kinderen er op reageren.

Het liefst test ik een nieuwe activiteit in verschillende groepen uit, omdat mijn ervaring is dat de reactie van kinderen heel erg kan verschillen (ook als ze van dezelfde leeftijd zijn). Eén groep van kinderen kan een les of activiteit helemaal fantastisch vinden, terwijl een andere groep zich snel verveelt.

In dit blog deel ik mijn ervaringen met twee lessen (ieder in drie groepen) in het thema ‘weer en klimaat’. Ervaringen die ga gebruiken als ik dergelijke lessen weer ga geven. Wellicht hebben anderen ook iets aan mijn ervaringen en daarom deel ik ze in dit blogbericht.

De aanleiding om het onderwerp ‘weer en klimaat’ aan te pakken, was dat we de afgelopen keer tijdens de Scholendagen in de Haarlemmerhout (voor groep 7) een watertafel van NME Haarlem hadden geleend, waarin kinderen in een maquette en met gieters maatregelen kunnen bedenken tegen wateroverlast.

Dit was een leerzame aanvulling op ons programma, die ook meestal door de leerlingen erg gewaardeerd werd, zie hieronder voor een impressie.

Een nadeel was dat die tafel loodzwaar was, en iedere ochtend van de stadsboerderij naar ander plekje moest worden gesleept.

Dit vonden we als organisatie wat onhandig, en van iemand van NME Haarlem had ik gehoord over een les waar in ‘de echte wereld’ proefjes werden gedaan met het klimaat. Zoals een gieter legen op een grasveld en op een stuk met tegels, en dan kijken hoe het water wegloopt. En ook de temperatuur van verschillende oppervlakten meten, om er zo achter te komen dat versteende oppervlakten een stuk warmer worden dan groene oppervlakten.

Ik ben er altijd heel erg voor om dingen in ‘de echte wereld’ te laten zien, en ging aan de slag met dit onderwerp voor lessen die op een basisschool in Amsterdam Zuidoost geef aan drie gemengde groepen 3 en 4. Ik besefte me wel dat dit redelijk jong was voor dit thema, maar vind het altijd een uitdaging om ingewikkelde materie zo simpel mogelijk uit te leggen.

Ik bestelde enthousiast twee infraroodthermometers (die zijn door inmiddels weer afgeschafte Coronamaatregelen goedkoop verkrijgbaar) en ging met de voorbereiding van twee lessen aan de slag.

Toen ik aan het googlen sloeg, om te kijken wat er al beschikbaar is over ‘weer en klimaat’, viel het me op dat er al veel beschikbaar is, maar dat dit te complex was voor mijn groep en dat het erg  kennisgericht is. Ik vind het zelf het leukste om kinderen zelf dingen te laten ontdekken en te ervaren, dan blijft het hangen.

Hieronder wat sites met info voor lessen over weer en klimaat:

Gelukkig vond ik ook wat links om zelf weer-instrumenten te maken en andere proefjes te doen, zoals:

Als knippend, nietend en plakkend kwam ik erachter dat ook veel van deze knutselopdrachten te lastig zouden zijn voor mijn doelgroep.

Voor de eerste les koos ervoor te beginnen met een korte introductie en uitleg van de opdrachten(zie hier de presentatie), en de leerlingen daarna de metingen te laten doen. Ik begon met het gezegde, ‘april doet wat ie wil’, wat wel aansprak, omdat het net weer heel koud en regenachtig was geworden na een paar lenteachtige weken.

Daarna gingen de leerlingen in drie groepjes aan de slag, waarbij ze telkens één aspect van het weer gingen meten, en daarna wisselden ze, zodat de drie groepjes de drie soorten metingen deden:

Wind en windrichting

De leerlingen maten de windsnelheid met een door mij in elkaar geknutselde windmeter én met een door mij opgeleukte tabel van Beaufort, waarmee je aan je omgeving kan zien hoe hard het waait.

Dit vonden ze meestal wel leuk om te doen, alleen merkte ik dat ze moeite hadden met het lezen van de tabel. De meeste leerlingen hadden wat hulp nodig om het ‘concept’ van een tabel te begrijpen, dus daar moet ik een volgende keer rekening mee houden.

Ook bepaalden ze waar de wind vandaan komt, met een draadje wol en een kompas. Deze opdracht bleek eigenlijk te abstract en te moeilijk.

Het is ook moeilijk te bevatten dat de kant waar de wind opwaait, dus niet de richting is, maar dat het juist de andere kant is, waar die vandaan komt. Later heb ik bij een natuurclub deze windwijzer geknutseld met ongeveer even oude kinderen, en ik merkte dat het toen al wat duidelijker werd.

Wolken en regen

Ik had van petflessen van te voren een regenmeter van een petfles gemaakt, waar inderdaad wat regenwater in was gekomen, maar het aflezen bleek nog behoorlijk lastig. Deze kinderen waren blijkbaar nog niet zo bezig geweest met dingen opmeten. Weer een leerpuntje!

Daarnaast gingen de leerlingen aan de slag met de wolkenkaart uit de weerles van IVN. Ik had verwacht dat deze makkelijker zou zijn dan de wolkenkaart die ik eerder had gemaakt, maar de kinderen hadden er toch veel moeite mee.

Ze moesten stap voor stap begeleid worden, en dat is lastig als andere kinderen ook om aandacht vragen (of als er ondertussen ruzietjes ontstaan of andere dingen gebeuren).

Temperatuur

De kinderen gingen eerst voelen en kijken om de temperatuur in te schatten (ook hiervoor had ik een werkblad gemaakt).

Wat voor kleren heb je aan? Vliegen er insecten? Het bleek voor de kinderen nog best abstract om die kleren en insecten te koppelen aan de temperatuur.

Des te leuker vonden ze het om aan de slag te gaan met de infraroodthermometer en hiermee op verschillende plekken de temperatuur te meten. Daar zaten behoorlijke verschillen in, bijvoorbeeld tussen de grond en de lucht, of een bankje of de lucht.

Ik moedigde aan ook met hun handen te voelen, maar dat wilden ze vaak niet omdat dat ‘vies’ was.

Al met al staken de leerlingen er volgens mij toch wel wat van op, al waren het naar mijn idee nog ‘losse flodders’, en was het nog lastig het verband tussen al die verschillende dingen te zien. Hopelijk komen ze deze ‘flodders’ later op school of daarbuiten nog tegen, en gaan ze het herkennen.

Klimaatverandering

In de tweede les zoomde ik in op klimaatveranderingen, waardoor het vaker harder gaat regenen en warmer wordt.

Ik legde het broeikaseffect uit met behulp van dit filmpje, waarbij ik ook zelf zo’n broeikasje had gemaakt en ze om de beurt even konden kijken. Ik had een thermometer in het kasje gezet, en ook erbuiten, zodat ze het verschil konden zien.

Ze konden wel snappen dat in het kasje het warmer was dan erbuiten, maar het aflezen van het dunne balkje van de thermometer (waarbij aan de ene kant Fahrenheit stond en aan de andere kant graden Celcius), bleek ook weer lastig. Net als bij het aflezen van de regenmeter, hadden deze kinderen nog te weinig ervaring met het meten en aflezen van maten. Wellicht dat een duidelijker afleesbare thermometer kan helpen.

Hoewel kinderen het principe van het broeikasje snapten, vond ik het lastig om over te brengen dat dit dus ook ‘in het groot’ met de aarde aan de hand is. Deze stap bleek toch echt ingewikkeld voor hen.

De concrete meet-opdrachten gingen beter. 

We gingen eerst op het schoolplein kijken: wat denken we dat de twee warmste en de twee koudste plekken zijn? Kinderen hadden hier trouwens een verrassende kijk op.

Vervolgens gingen we voelen met ons eigen lijf en met onze handen, ook oppervlakten (voor zover ze dat niet te vies vonden). Daarna gingen we met de infraroodthermometers aan de slag om te kijken in hoeverre onze verwachtingen en ons gevoel klopte (soms wel, soms niet).

Dit zelfde deden met plekken waar we verwachten dat er snel last van teveel water zou zijn. Dit bleek lastiger en abstracter dan de temperatuuropdracht. Vervolgens testten we dat met gieters en stopwatch. De leerlingen waren verrast als water sneller naar beneden zakte tussen de struikjes dan tussen de stoeptegels.

Weer binnen in de klas besprak ik de resultaten, waarbij op een begrijpelijke manier de proefjes probeerde te koppelen aan het groter geheel: waarom is het niet handig om een hele stad vol steen te hebben als het steeds warmer wordt en vaker harder gaat regenen? Er kwam weinig reactie op en het leek alsof deze boodschap de meeste kinderen niet bereikte.

Achteraf had ik het idee dat het verband met het ‘grotere plaatje’, dus waarom en hoe we de gevolgen van klimaatverandering kunnen beperken, bijna geheel verdween in de beleving en het tumult van de groep. Nu moet ik ook zeggen, dat de groepen op die school behoorlijk pittig zijn door vele ruzietjes en interacties tussen de kinderen onderling. In een tijdelijke groep en als tijdelijke docent, zonder de vaste leerkracht, kan je niet echt veel doen om de sfeer structureel te verbeteren.

Misschien is het ook wel te hoog gegrepen voor groep 3-4. Of misschien maakt zo’n maquette van een watertafel alles veel duidelijker. Voor volgende lessen ga ik me hier dus nog op beraden.

Kortom, ik leer niet alleen veel van de voorbereiding, maar vooral ook van het doen, en hoe de kinderen reageren.

Uiteindelijk leer ik het meest van de kinderen!

Dat was trouwens ook zo toen ik diezelfde week een natuurclub voor kleuters had. Ik had bedacht om te verven met materialen uit de natuur, maar toen ik aankwam in de buurttuin, waar ik de activiteit wilde doen, stond die voor de helft onder water! ‘O, jee, dacht ik!’. ‘Joepie!’ , dachten de kleuters, en het werd een heel andere invulling van de middag!

MEER LEZEN?

Blog: Wat we van kinderen kunnen leren

Blog: Genieten van de herfst

Blog: Duurzaamheid leuk en luchtig

Blog: Duurzaam en gezond geen probleem voor kinderen

Aanbod: gastlessen en Natuurclubs en workshops

INTERESSANT?

Schrijf je hier in om telkens (maximaal eens in de twee weken) een mailtje te ontvangen als ik een nieuw bericht heb geplaatst.

En deel dit bericht gerust! Dit kan makkelijk met de knoppen hieronder.

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments