Anders kijken naar kinderen en opgroeien - Buitenpaden

Anders kijken naar kinderen en opgroeien

Hoe langer ik met kinderen omga en werk, des te meer ik begin te twijfelen aan veel visies over opvoeden  en het schoolsysteem.

Vanaf het moment dat ik zelf moeder werd, had ik al een vaag, knagend onderbuikgevoel al te knagen bij veel goedbedoelde raad van allerlei deskundigen.

Zoals de kraamverzorgster die aanraadde om niet meer te ‘voeden op verzoek’ , omdat mijn dochter dan veel te vaak, maar te weinig zou drinken. Ze moest ‘leren’ om grotere hoeveelheden tegelijk te drinken. Dan kon ik haar best laten huilen, want dan zou ze snappen dat ze niet elk moment kon drinken of aandacht kon krijgen.

 Maar in plaats dan dat ik mijn onderbuikgevoel serieus nam, ging ik aan mezelf twijfelen, want die deskundigen hadden er voor geleerd en ik had daar geen verstand van.

Ook toen ik later beroepsmatig met kinderen ging werken, dacht ik nog dat pedagogiek en didactiek vaststaande, neutrale, waardevrije benaderingen waren.  Alleen al de woorden pedagogiek en didactiek vond ik zo plechtig klinken, als een soort vaste gebruiksaanwijzingen over hoe je met kinderen moet  omgaan.  

Wat is pedagogiek?

Eind 2019 begon ik als pedagogisch medewerker bij een naschoolse opvang. Hoewel ik (door een opleiding voor Natuur- en Milieueducatie die ik een paar jaar daarvoor had afgerond) officieel bevoegd was als pedagogisch medewerker aan de slag te gaan, had ik nog steeds geen goed beeld wat pedagogiek nou eigenlijk was.  In de omgang met kinderen volgde ik adviezen van anderen op en deed na wat anderen ook deden.

Mijn onderbuikgevoel werd sterker. Toen ik net bij een BSO werkte, had ik een onbevredigende discussie met twee collega’s over of kinderen wel of niet hun bord avondeten moesten opeten. Ik vond van niet, omdat ik kinderen niet wil forceren te eten (in mijn ogen krijg je dan alleen maar aversie) én omdat ze op die manier wordt afgeleerd om hun eigen gevoel serieus te nemen. De collega’s vonden van wel. De ene collega’s vond dat kinderen niet zo moesten zeuren, want anders eten ze alleen pasta en patat, de andere collega vertelde dat zij  vroeger ook altijd haar bord leegeten en daardoor niet moeilijk is met eten.

Zo werd ik me er voor het eerst bewust van de pedagogiek dus afhangt van hoe je naar kinderen, het leven en de wereld kijkt.  

In de Coronatijd daarna ben ik van alles gaan lezen over pedagogiek. Vooral het boek ‘Wat mag….? Wat kan….? Van Marianne de Valck over dilemma’s bij het spelen, vond ik een eyeopener. Daar werd voor het eerst expliciet geschreven wat ik al jaren stiekem voelde: dat pedagogiek nauw verweven is met hoe je zelf in het leven staat.

Meestal wordt het niet zo expliciet benoemd, en zijn mensen zich ook niet bewust van de ‘bril’waardoor ze kijken  (zoals in het geval van je bord leegeten).

Als je dan met elkaar de discussie aangaat, en iedereen zegt wat hij of zij door zijn eigen bril ziet, kom je vaak niet verder.

En dat is nou het mooie van de basisopleiding samenlevenskunst, waarvan ik net het eerste jaar heb afgerond. Je leert daar heel goed om jezelf te observeren; welke gedachten heb je eigenlijk? Wat drijft je? Doe je dat bewust of onbewust? Waarom doe je wat je doet? En ook: wat kom je brengen in de wereld? (als je het leuk vind, kan het hier het filmpje bekijken dat mijn ontwikkeling van het afgelopen jaar schetst).

Door je eigen ideeën en gedachten als het ware  van een afstandje te onderzoeken, kan je steeds beter waarnemen. En zie je ook beter door welke ‘bril’ anderen kijken. En kan je samen met anderen, een nieuw gemeenschappelijk beeld creëren. Voorbij het ‘goed’ of ‘fout’.

Dit anders ‘waar’- nemen laat mij ook anders naar het opgroeien en opvoeden van kinderen. Met  twee anderen uit het netwerk van de opleiding, zijn we onze ideeën aan het verkennen.

Centraal daarbij staat dat kinderen zichzelf mogen zijn. We willen kinderen daartoe stimuleren, door hun helpen hun eigenheid te ontdekken, te onderzoeken en te koesteren en te ontwikkelen.

Daarvoor is het nodig dat een kind zelf veel kan onderzoeken en ontdekken, maar ook dat het zijn of haar eigen behoeften leert herkennen en later ook te kennen en te erkennen. We zien opvoeders dus meer als faciliterend dan als sturend. 

Dat ik lang niet de enige ben, bleek wel uit een enthousiaste lezing van Prof. Dr. Ferre Laevers (KU Leuven) op de Conferentie ‘We gaan Breed Uit’ van de gemeente  Amsterdam, waar ik gisteren was (en ook een workshop mocht geven).

Laevens benadrukte dat kinderen zich pas kunnen ontwikkelen bij een goed welbevinden en een hoge betrokkenheid. Een goed welbevinden betekent dat een kind helemaal zich zelf kan zijn, zich op en top voelt, zelfvertrouwen heeft en straalt en geniet. Betrokkenheid betekent dat een kind opgaat in een activiteit, door concentratie, fascinatie en helemaal in zijn element en in de flow is.

Juist met activiteiten en spelen in de natuur kan je in mijn ogen dat welbevinden en die betrokkenheid creëren. Vanuit deze visie ga ik mijn aanbod voor naschoolse activiteiten en lessen voor scholen de komende tijd verder ontwikkelen.

MEER LEZEN?

Blogbericht: Een frisse kijk op kinderen die eeuwenoud is

Blogbericht: Natuurles is eigenlijk levensles

Blogbericht: Natuur als voorwaarde voor ontwikkeling

Boek: Vrij gelijk samenleven van Damaris Matthijsen (ook als ebook beschikbaar of te leen in de bibliotheek)

Fimpje van Ferre Laevers over welbevinden en betrokkenheid

Artikel over boek van Ferre Laevers in Kinderopvangtotaal

Boek ‘Wat mag….? Wat kan….? Van Marianne de Valck

Boek: Lastige Kinderen, heb jij even geluk! Van Berthold Gunster (Omdenken)

INTERESSANT?

Schrijf je hier in om telkens (maximaal eens in de twee weken) een mailtje te ontvangen als ik een nieuw bericht heb geplaatst.

En deel dit bericht gerust! Dit kan makkelijk met de knoppen hieronder.

5 1 vote
Artikel waardering
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments