Het seizoen voor de kinderfeestjes in de natuur komt er weer aan! Die geef ik al vijf jaar via natuuriseenfeest. Aanstaande zaterdag geef ik mijn eerste feestje van dit seizoen. De voorbereidingen zie je in onderstaande video. Maar ook de feestjesgevers mogen wel eens buiten spelen! Zo ging ik afgelopen zondag met 6 andere feestjesgevers lekker aan de wandel. Prachtig weer, mooie gesprekken! Ook van die wandeling krijg je in de video een korte impressie.

Hieronder deel ik 20 lessen die ik heb geleerd in vijf jaar kinderfeestjes geven.

1. Kinderen willen zelf bepalen wat ze wel of niet doen

Kinderen vinden het fijn om een niet te strak programma van activiteiten te hebben. In eerste instantie zullen kinderen in de natuur misschien niet zo goed weten wat te doen, maar als je ze een paar verschillende dingen aanbiedt, en één daarvan vinden ze erg leuk, dan zullen ze daar niet gauw genoeg van krijgen. Het zijn vaak de ouders die gaan ‘zeuren’ of we niet naar het volgende onderdeel zullen gaan

2. Kinderen vinden altijd wat te spelen in de natuur

Zoals ik hierboven al aangaf, soms duurt het even voordat kinderen hun draai hebben gevonden buiten. Ik bied ze dan verschillende dingen aan, en kijk wat er gebeurt. Persoonlijk heb ik de voorkeur voor het spelen met zoveel mogelijk natuurlijke materialen. Dus ik neem bijvoorbeeld geen bal mee. Wel loeppotjes, elastiekjes, touw en misschien wat dingen om te verstoppen zijn voldoende om de fantasie te stimuleren. En natuurlijk een paar plastic zakken voor zwerfafval of andere vondsten. Wij volwassenen maken het vaak te ingewikkeld. Vorig voorjaar samen met de ouders een tijd naar kleuters gekeken (zie onderstaand filmpje), die van een zandheuvel afrolden. Zo simpel kan het dus zijn.

3. Alleen rennen maakt kinderen nog drukker

Kinderen komen vaak opgewonden op een feestje aan, vol van verwachting. Ik liet ze eerst altijd maar wat rennen, uitrazen. Maar mijn ervaring is dat kinderen dan vaak alleen maar wilder worden. Tegenwoordig bied ik een spel of een activiteit aan waar een combinatie van iets fysieks en focus in zit. Dus bijvoorbeeld het spel ‘kraaien en Uilen’ uit het boek ‘Sharing Nature’ (lees hier meer over ‘Sharing Nature’) . Of het zoeken van een ‘onnatuurlijk spoor’, dingen die je op een listige manier langs een pad hebt verstopt.

4. Zelf doen!

Oudere kinderen (vanaf een jaar of 8) vinden het erg leuk om zelf een route te lopen met een kaart, kompas of GPS. Voor de meeste kinderen is dit nog heel nieuw, maar je ziet ze stralen als ze het door hebben. Het geeft ze een gevoel van competentie als ze zelf hun route ergens naar toe mogen bepalen.

5. Contact met dieren

Contact met dieren vinden kinderen fascinerend. En het hoeft helemaal niet zo spectaculair te zijn als wij volwassenen soms denken. Ik had laatst een groepje kleuters in extase omdat er één een regenworm had gevonden en zelfs op durfde te pakken!

En een klant voor een feestje vertelde me van te voren dat de kinderen ‘die herten nu wel hadden gezien’ en dat het echt wel wat spannender mocht. En toen we een paar stappen in de duinen hadden gezet, en inderdaad een hert zagen, waren alle kinderen zeer onder de indruk.

En afgelopen najaar met kinderen van 6 en 7 jaar tien minuten naar een meerkoet zitten te kijken: hoe grappig die onder water duikt. Ook de drukste kinderen hadden hier het geduld voor! (volwassenen vaak niet, die gaan op hun telefoon kijken 😥 ).

6. Ook kleine diertjes doen het goed

Denk aan bijvoorbeeld pissenbedden, duizendpoten, mieren, rupsen, waterdiertjes. De meeste kinderen vinden het leuk om ze (voorzichtig!) te vangen in een loeppotje om ze dan te bekijken. Als je met kleine kinderen en steile slootkanten zit, kan je van te voren één of twee emmers met waterdiertjes vangen, die ze later weer in kleine bakjes doen, zie onderstaand filmpje.

7 .Verboden niet aan te raken!

Jongere kinderen, maar ook ouderen, willen alles aanraken. Ik moedig dat altijd aan: ook paddenstoelen. Wist je hoe verschillend die kunnen aanvoelen: glibberig, koud, ruw, glad?? Veel volwassenen zijn daar huiverig voor (PAS OP, KIJK UIT), maar geen enkele paddenstoel is zo giftig dat je ziek als je later met je vieze handen iets gaat eten (trouwens, sommige planten zijn een stuk giftig! Het enige dat kinderen van mij echt niet mogen aanraken zijn drollen van honden en vossen. Daar kan je daadwerkelijk ziek van worden).

8. Eten uit de natuur

Eten uit de natuur vinden alle kinderen fantastisch, en het brengt ze volgens mij ook veel dichter bij de natuur. Je moet natuurlijk wel weten wat je doet (planten die eetbaar én in overvloed aanwezig zijn, geen hondenpoep). Wat altijd een succes nummer is, is het verzamelen van eetbare planten, zoals brandnetel, muur, look-zonder-look, valse salie, die vervolgens klein maken en in thermoskannen met bouillon doen. Hiermee is de eigen gemaakte natuursoep een feit (en, niet verder vertellen: door de bouillon smaakt het altijd wel lekker!).

 

9. Lekker verzamelen

Kinderen zijn verzamelaars bij uitstek. Laat ze dus bijvoorbeeld stokken verzamelen, waarvan je later een pijl en boog of katapult maakt (in dit filmpje laat ik je zien hoe je een echte pijl en boog kan maken). Je kan natuurlijk ook eetbare planten verzamelen (zie hiervoor ), of materialen later een natuurkunstwerk van te maken.

10. Grenzen over

Kinderen vinden het spannend om een beetje over hun grenzen heen te gaan. Bijvoorbeeld om die donkere bunker in te gaan, al vinden ze het eng. Of in de boom te klimmen, al hebben ze het nog nooit gedaan. Ze willen dat doen in hun eigen tempo, en daarbij zo min mogelijk geholpen worden door volwassenen (en om niets te doen, is nog best lastig voor de meeste ouders). Zie in dit fimpje hoe jonge kinderen hun angst overwinnen om toch die bunker in te gaan.

11. Werken met (zakmessen)?!?

Kinderen krijgen steeds later (of helemaal niet…) een zakmes in handen. Veel ouders vinden kinderen van 10 nog te jong voor een zakmes (en daar ben ik het niet mee eens!). Ik vind dat kinderen met voldoende begeleiding en toezicht veel jonger met een zakmes kunnen werken. Ik werk bijvoorbeeld in tweetallen (2 kinderen op één begeleider), als kinderen een punt aan een stok slijpen. Die stok kunnen ze later gebruiken om een broodje (op een vuur) aan te bakken of als speer.

12 Zelf doen (nr 2!!)

Volwassenen (mezelf inbegrepen 😉 ) hebben de neiging kinderen te helpen als iets even niet lukt. Kinderen vragen ook snel hulp vind ik. Het mooiste is het, als het ons volwassenen lukt, om het niet voor de kinderen te gaan doen, maar hem of haar aansporen en helpen het ZELF te doen. Veel kinderen hebben tegenwoordig bijvoorbeeld moeite met knopen leggen (bijvoorbeeld bij het maken van pijl en boog), maar zijn apetrots als het ze na een paar pogingen toch zelf lukt!

13 Help??? Gevaar!

Ik kom regelmatig volwassenen tegen die erg bang zijn dat de kinderen iets overkomt. ,,Zitten hier teken?”,. ja die zitten hier. . ,,Moeten we recht over deze steile heuvel heen??” ,,Ja, dat is inderdaad mijn plan!’’, En toen een kind van een meter hoog uit een boom viel, en na de schrik zelf weer opkrabbelde: ,,heeft ze geen inwendig letsel?’.

Ik denk dat we de capaciteiten en veerkracht van kinderen totaal onderschatten. Het moet natuurlijk om aanvaardbare risico’s zijn (van mij mogen kinderen nooit hoger in een boom klimmen dan 2x hun lengte, een regel die ik trouwens als kind ver ben overschreden….)

14 De kronkelweg is vaak de mooiste weg

Op brede rechte paden vervelen kinderen zich snel. Kies daarom smalle, kronkelige paadjes als je een stukje moet lopen, ook als het ‘om’ is.

15. Fotomoment??

Veel ouders zijn tijdens een feestje druk met hun telefoon bezig om, al dan niet ‘realtime’, foto’s van de kinderen te maken om aan anderen te laten zien wat voor leuk feestje ze hebben. Ik ergerde me er eerst nogal aan. Waarom konden ze gewoon niet met hun ogen van al dat moois genieten? Die telefoon leidt maar af. Tegenwoordig las ik meestal een mooi fotomoment in (bijvooorbeeld een hoge duintop, of van een duinrand afspringen), en vertel dat ook van te voren. In de hoop dat ze dan die telefoon even in hun zak houden.

16 Vies worden mag!

Een open deur, maar ik zie toch heel vaak toch dat kinderen met te mooie  (en te dunne!)  kleren naar een feestje komen (het is feest, toch?). Dus je kan het niet genoeg benadrukken: trek stevige kleren aan die tegen een stootje kunnen en vies mogen worden. En doe ook in de zomer een lange broek tegen de teken (en geef zelf het goede voorbeeld).

17 Voorraad achter de hand

Ik heb altijd veel meer activiteiten in mijn hoofd, dan dat ik er uitvoer. Ik vind het fijn om iets achter de hand te hebben om het beter af te stemmen op de kinderen.. Zo had ik eens een feestjes dat op verzoek van de moeder heel actief moest worden (lekker rennen), maar waar de jarige zelf helemaal niet blij van werd en er ook niet echt handig in was. Die was minutenlang geconcentreerd bezig om een steeds opvliegende sprinkhaan in een loeppotje te krijgen (wat uiteindelijk lukte! Kind trots!). Het mooie van in de natuur zijn, is dat je ieders specifieke kwaliteiten kan aanspreken.

18 Een uitstapje naar de geschiedenis

Oudere kinderen (vanaf een jaar of 8,9) waarderen een uitstapje naar de geschiedenis. Ik vertel vaak wat leuke verhalen over een landgoed, of een spannend verhaal over een bunker.

19 Vermijd loslopende honden

Ik zoek het liefst een plek zonder  loslopende honden. Sommige kinderen zijn erg bang voor honden. Bovendien: vaak gaan honden achter rennende kinderen aan, dat vinden die honden een leuk spelletje. Maar veel kinderen niet.

20. Teken….het enige echte gevaar in de natuur

Hoewel veel ouders overal in de natuur gevaar zien, is er nog steeds veel onwetendheid en onbekendheid over het enige echte gevaar in de natuur: de teek.  Dus ik vertel altijd vooraf, en na afloop dat de kinderen die avond op teken gecontroleerd moeten worden, en hoe je ze er uit haalt. En wanneer je naar de dokter moet.

Meer lezen: