Naar aanleiding van een workshop van Roos van Doorn van hogeschool Van Hall Larensteijn (zie een vorig artikel) las ik het boek ‘Exhibit Labels’ van de Amerikaanse tentoontstellingsgoeroe Beverly Serell.

Het lijvige boek gaat eigenlijk over tentoonstellingen in musea, maar is ook goed toepasbaar in natuur- en duurzaamheidseducatie. Ook in routes en speurtochten kan ik er mijn voordeel mee doen.

Het zijn vaak hele logische tips, waarvan je je afvraagt of je die niet zelf had kunnen bedenken. Maar blijkbaar is dat niet zo, want in de praktijk gaat het vaak mis. En dat is jammer, want dan bereik je minder mensen met je mooie boodschap.

In dit artikel 16 concrete tips die ik uit het boek heb gehaald.

1 Begin met je ‘grote idee’

Als eerste stap maak je je idee of doel achter je educatie concreet. Wat is het ‘grote idee’ erachter?

  • ·        Waar gaat het over?
  • ·        Wat wil je bij je publiek bereiken?
  • ·        Waarom zou dit mensen interesseren (wat is het effect op hun leven)?

Dit grote idee vormt de rode draad in je educatie. En ja, het kan lang duren voordat je deze te pakken hebt, geeft Serrel toe. Dagen, maanden, en veel discussie. Maar het is het waard.

2 Stel gerust

Voordat je begint, moet je mensen eerst geruststellen, want anders worden ze afgeleid door andere gedachten. Doe dit superkort en duidelijk (bv. met grote letters die je lopend kan lezen). Mensen willen antwoorden op vragen als:

  • ·        Waar is de wc/het restaurant?
  • ·        Waar moet ik beginnen en waar gaat het verder (voor volwassenen)
  • ·        Hoeveel tijd ben ik er mee bezig?

En als je toch ge- of verbodsborden wil plaatsen, maak ze dan vriendelijk, grappig en positief, niet bedreigend.

3 Richt je op de geïnteresseerde leek, niet op de specialist.

Een veel voorkomende misvatting is, volgens Serrel, dat je je op verschillende soorten publiek wil richten. Zowel op geïnteresseerde leken als op specialisten. Zowel op kinderen als op volwassenen.

Dit werkt niet. Richt je gewoon op de geïnteresseerde leek en richt je op kinderen als er ook kinderen zijn. Want volwassenen vinden educatie voor kinderen ook fijn. Vermijd voor kinderen tijd- en plaatsaanduidingen. Die zeggen kinderen niet zo veel.

4 Meer is minder

Je moet uitgaan van de geïnteresseerde leek. Daarvoor wordt vaak veel te veel informatie aangeboden. Beperk de informatie tot de hoogtepunten. Meer is minder!

Dit bordje bij Bad Bentheim geeft veel te veel informatie (dit is nog maar een deel van het bord) en verwijst niet duidelijk naar wat je ziet.

5 Beschrijf wat je ziet

Het lijkt heel voor de hand liggend, maar gaat nog vaak mis. Als je een bordje of een kijkpunt hebt, beschrijf dan als eerste wat je ziet (hoort/ruikt etc) en wat dit betekent of is.

Voeg daarna nog wat achtergrondinformatie toe. Veel borden beginnen eerst met het algemene verhaal (waardoor veel mensen niet verder lezen omdat ze het verband met wat ze zien niet direct snappen). Gooi je tekst dus gewoon om.

6 Vertel een verhaal

De menselijke hersenen zijn gemaakt voor verhalen, niet voor losse feiten. Vertel dus een verhaal, met liefst datgene wat je ziet als onderwerp van het verhaal (een mens, dier, of voorwerp). Zet je onderwerp in actie, zodat je bezoeker het verhaal voor zich ziet en het plaatje invult vanuit zijn eigen herinneringen of verhalen.

6 Hapklare brokken

Bied je informatie aan in ‘hapklare brokken’ die los van elkaar gelezen kunnen worden, binnen één bordje of kijkpunt, maar ook binnen je hele tentoonstelling of route. Ga er niet van uit dat je bezoeker de officiële volgorde aanhoudt. Schrijf maximaal 35 woorden per ‘brokje’.

7 Daag uit tot actie en meedoen

Het is leuk om je bezoeker uit te dagen of mee te doen. Dit kan met interactieve onderdelen: kinderen zullen uit zich zelf al alles willen aanraken, vastpakken en ontdekken. Volwassenen moet je juist aanmoedigen.

8 Breng wat je ziet tot leven

Je wil datgene wat de bezoeker ziet, tot leven brengen. De bezoeker moet het voor zich zien en kunnen betrekken op zijn eigen leven. Meerdere zintuigen moeten worden aangesproken, en liefst moet hij dingen zelf kunnen ontdekken. En dit moet allemaal snel (en dus met zo min mogelijk tekst) gebeuren. De meeste bezoekers willen graag wat leren, maar daar niet te veel tijd of moeite in steken.

Veel mensen vinden het moeilijk om te kijken, lezen en luisteren tegelijkertijd. Scheidt deze verschillende vormen van communicatie dus.

Geef boodschappen die de bezoeker iets te doen geven: mee eens/oneens zijn, bouwblokken om later zelf conclusies te trekken of ontdekkingen te doen.

9 Kort, simpel en duidelijk

Over een heel bezoek, bijvoorbeeld in een museum, lezen mensen maximaal rond de 1000 woorden. Dat is al minder dan dit bericht. Daarnaast is uit onderzoek ook duidelijk dat als mensen meer tijd hebben, ze meer dingen gaan bekijken. Ze besteden dus niet meer tijd per object. Wil je je publiek zo goed mogelijk bereiken dan is het de kunst om je zelf zo veel mogelijk te beperken. Een paar tips van Serell:

  • ·        Biedt teksten in losse brokje van 35 woorden aan (zie ook 6)
  • ·        Beperk je tot info die je bezoekers echt willen weten.
  • ·        Schrap bijvoeglijke naamwoorden. Die voegen vaak weinig toe.
  • ·        Voorkom verwarring, vermijd woorden met verschillende betekenissen.
  • ·        Varieer met de lengte van je zinnen.
  • ·        Gebruik geen metaforen, dit is vaak verwarrend.
  • ·        Gebruik humor spaarzaam. Dit wordt vaak niet goed begrepen.
  • ·        Gebruik geen uitroeptekens, laat mensen zelf dingen uitroepen.
  • ·        Gebruik liever geen aanhalingstekens; kies een andere tekstkleur bij een citaat.
  • ·        Geef relaties tussen verschillende objecten/kijkpunten aan.
  • ·        Tussenkopjes en titel moeten ook het verhaal vertellen.
  • ·        Zorg voor een pakkend eind.
  • ·        Laat woorden en beelden samenwerken. Verbeter en selecteer steeds verder.
  • ·        Zoek net zo lang tot je het beste plaatje, de beste afbeelding hebt.
  • ·        Een plaatje met tekst werkt vaak het beste.
  • ·        Plaats borden niet hoger dan 1m80.

11 Wees aardig voor je bezoeker

Schrijf niet prekerig, neerbuigend, arrogant of simplistisch. Vermijd ‘wist-je-datjes’, want impliciet zeg je: ”nee, dat wist je niet , jij domoor!”

12 Laat de bezoeker meedoen

Stimuleer dat je bezoeker de discussie aangaat met de mensen van hun gezelschap, maar zorg ook dat ze met de makers van de tentoonstelling kunnen communiceren, bijvoorbeeld via Social Media.

Laat bezoekers zelf conclusies trekken, trek dit niet voor hen.

Stel eventueel een vraag in je bordje of bij je kijkpunt, maar alleen die vragen die de bezoekers zichzelf ook stellen en waar ze door te kijken zelf het antwoord op kunnen vinden.

Mensen vinden het leuk om iets, wat verborgen is, te zoeken. En geef ze, als ze dit gevonden hebben, nog iets anders ‘als toetje’, bijvoorbeeld een leuk of grappig detail.

Als je mensen vraagt een bepaalde opdracht te doen, of iets uit te proberen, houd dan je instructie zo kort mogelijk. Vertel precies wat ze moeten doen in welke volgorde en vertel wat de ervaring of het experiment zal zijn. Dan zijn mensen vaak meer geneigd het ook daadwerkelijk te doen.

13 Gebruik het medium dat het meest geschikt is

Digitale middelen of video’s worden nog wel eens gebruikt ‘omdat het kan’, aldus Serrel. Dit is geen geldige reden. Kijk eerst wat je boodschap van een bepaald punt of object is en zoek daar het meest geschikte medium voor.

14 Leidt digitaal af van de ‘echte wereld’?

Serrel beschrijft dat veel museum-curatoren bang zijn dat bezoekers niet meer naar de echte objecten of de kunst kijken, als ze er hun smartphone bij gebruiken. Volgens Serrel is dit niet waar (eerder het tegendeel), maar is er nog geen goed onderzoek naar gedaan. Zij ziet juist dat bezoekers langer een object bekijken als er digitale hulpmiddelen bij zijn.

Ik vond dat wel een grappige constatering, omdat ik hetzelfde argument bij natuurorganisaties heel vaak heb gehoord. ‘Als je informatie via je smartphone gaat aanbieden kijken mensen alleen op hun telefoontje en niet meer naar de echte natuur’. Bij deze stelling kan je dus best vraagtekens zetten.

15 Belangrijke details: Typografie

In een tentoonstelling of onderweg lezen de mensen staand en is er veel afleiding. De teksten moeten daarom supergoed leesbaar zijn. Tips van Serell;

  • ·        Aanbevolen lettertypes: Garamond, Sabon, Bembo, Minion, Sans Serif, Avenir, Gotham, Univers, Gill Sans, Frutiger.
  • ·        Vet alleen voor kopjes niet in de tekst.
  • ·        Schuin idem.
  • ·        Een tekst van allemaal hoofdletters is slecht leesbaar, gebruik die dus niet.
  • ·        Niet afbreken aan eind van de regel
  • ·        Korte regels, tussenkopjes in ander lettertype
  • ·        Liefst donkere letter tegen lichte achtergrond. Mocht je het toch andersom willen, kies dan voor een echt donkere achtergrond en letters zonder ‘schreef’
  • ·        Meerdere kolommen kan, maar zorg dat een zin niet op de volgende kolom doorloopt.
  • ·        Stem het design af op het thema van de tentoonstelling.
  • ·        Gebruik ook materialen die ermee in overeenstemming zijn. Gebruik in je natuureducatie dus duurzame materialen.

16 Test en evalueer

Het is belangrijk om je educatie continue te testen, te evalueren en te verbeteren. Het kan altijd beter.