Het kan je bijna niet zijn ontgaan, vorige week kwam het grote fietsonderzoek uit, voluit genaamd  Kwaliteitsmonitor Fietsregio’s.  Hierin worden provincies met elkaar vergeleken hoe goed ze het doen voor de fietser.

De vijf provincies met de hoogste score, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland en Zeeland, klopten zich dan afgelopen week ook graag op de borst met het behaalde rapportcijfer.

In deze vergelijking wordt niet alleen de fietser gevraagd wat die er van vindt, maar is er vooral veel aandacht voor het onderhoud en hoe alles rondom de fietsroutenetwerken is geregeld. Hoe snel worden kapotte borden vervangen, hoe wordt gereageerd bij wegwerkzaamheden, bijvoorbeeld.

Dat is zeker van belang, want als ervaren fietser ben ik meer dan eens met een kluitje in het riet gestuurd bij omleidingen. Maar voor nu heb ik vooral gekeken naar wat de fietser er zelf van vond.

Landschap bijna overal even mooi

Opvallend was dat de fietser het landschap bijna overal even mooi vindt, of hij nou in Groningen (8) of in Limburg fietst (8). Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland hebben de hoogste score van 8,3 gemiddeld, maar heel veel scheelt het niet.

In de waardering van het routeverloop, dus of er leuke wegen en fietspaden waren gekozen, zijn de verschillen wat groter. Utrecht en Limburg scoren wat dat betreft het laagst met een 7,7.

Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Utrecht is een provincie met veel bebouwing en infrastructuur; het is bijna niet te vermijden langs drukke wegen te fietsen.

En als ik terugdenk aan mijn fietstochten in Limburg, dan herinner me ook dat er best grote stukken zijn waar de fietsroutes en knooppunten behoorlijk drukke wegen volgen. De hoogste score voor het routeverloop had Overijssel (8,2).

Minder tevreden over horeca en bezienswaardigheden

Maar het meest opvallend vond ik dat de fietsers een stuk minder tevreden zijn over horeca en bezienswaardigheden. Of de horeca komt op het verkeerde moment, is er niet, is niet open, of de fietser weet het niet te vinden. Groningen scoort met 6,6 het laagst voor de horeca, maar dat is wellicht ook wel te begrijpen door de lage bevolkingsdichtheid. Maar ook de andere provincies komen niet boven een schamele 7 uit.

Hier valt dus nog wel een stuk te verbeteren. Bijvoorbeeld door aan je fietsende gasten te communiceren waar leuke horecagelegenheden zijn en wanneer die open zijn.

Hetzelfde geldt volgens mij ook voor de bezienswaardigheden. Die worden door de fietser ook rond een 7 gewaardeerd (iets hoger dan de horeca), maar het houdt echt niet over. Vooral Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland scoren relatief laag, terwijl daar toch genoeg te zien valt.

Laten routenetwerken bezienswaardigheden links liggen?

Ik denk eerder dat de fietsers de bezienswaardigheden niet zien, omdat ze uit zichzelf vaak niet zo opvallen. Ook heb ik gemerkt dat routenetwerken bezienswaardigheden soms links (of rechts) laten liggen als ze net iets van de rechtstreekse route van A naar B afwijken.

Het is natuurlijk altijd een afweging: extra kilometers maken en wat leuks zien, of de meest rechtstreekse weg. Daarin verschillen fietsers misschien ook wel erg van elkaar. De ene persoon fietst om lekker actief bezig te zijn (volgens de cijfers van het fietsplatform is dit het grootste deel van de fietsers, 49 procent), maar andere fietsers (30%) fietsen vooral omdat ze wat van de natuur en het landschap willen zien.

Foto: Fotolia/benschonewille

Help je fietsende gast!

Kortom, de ene fietser is de andere niet! Ik denk dat je je fietsende gasten nog enorm kan helpen, om zo veel mogelijk te genieten en te beleven van wat jou omgeving te bieden heeft. De sportieve fietser zal vooral voor een mooie, en lekker te fietsen route gaan, maar anderen willen graag bezienswaardigheden zien en vinden het niet erg om een stukje om te fietsen.

Wil je ook je fietsende gast beter bedienen, bekijk dan hier mijn aantrekkelijke aanbieding om een bestaande route in jouw buurt te ‘pimpen’ met extra informatie over horeca en bezienswaardigheden. Hier lees je daar meer over.

Meer lezen: